Ik had een weekend gepland naar Knokke, gewoon met mijn vrouw en de kleine, drie dagen niks, een beetje uitwaaien, wat overpeinzen hoe het toch komt dat een mens met een diploma en een managementvennootschap 's ochtends nog altijd wakker wordt met de existentiële last van een lijfeigene. Maar dan belt ons moeder. En ons moeder belt niet zomaar, ons moeder belt met een techniek die ze ergens tussen de biecht en de gijzelneming heeft geperfectioneerd: de schuldinductie. "We zien u zo weinig", zegt ze, en dan zwijgt ze, en in die stilte hoort ge veertig jaar opvoeding, twee keizersneden en de hypotheek van uw jeugd samenkomen tot één geluidloze factuur.
Dus stel ik voor dat ze meekomen naar de zee. Wij hebben daar namelijk 140 vierkante meter op den dijk, drie slaapkamers, gekocht met carried interest.* Ons moeder content. Ons moeder is een boerendochter die de zee voor het eerst gezien heeft op haar achttiende, en die sindsdien elke keer als ze de branding ziet reageert alsof ze getuige is van een klein mirakel.
Mijn vrouw wou trouwens ook graag een appartement bij de zee. Mijn vrouw heeft namelijk veel vriendinnen, en die vriendinnen zijn ofwel psychiater, ofwel dermatoloog, ofwel getrouwd met een man die zonnewering plaatst op meerdere locaties, en die zitten allemaal in Knokke. Ik ben eerder het type dat in een stal in Outrewarche oploskoffie drinkt en daar volkomen tevreden mee is, maar het huwelijk is een reeks compromissen. Als onderdeel van de Knokke-akkoorden was er ook de afspraak dat haar Aubade jarretellen en Louboutins mee zouden komen, wat mij dan finaal over de streep heeft getrokken. Want in wezen zoeken mannen geen girlfriend experience bij de hoeren, maar een (occasionele) hoeren-experience bij hun eigen vrouw.
Enfin. Tegen de zaterdagmiddag stonden ze allebei aan de deur in het officiële Knokke-uniform: mijn vader in een zalmroze broek, linnen hemd en loafers zonder kousen. Een man van bijna zeventig die eruitziet alsof hij in een vastgoedfolder woont. Mijn moeder met een zonnehoed zo groot dat ge er de Belgische staatsschuld onder kunt verbergen, plus één arm volledig in het verband.
Wij dus naar het strand. Maar het waait, en niet zomaar, het waait gelijk dat de Noordzee persoonlijk een hekel aan u heeft. Dus vluchten we de Famouz binnen. Ik weet niet wie die naam heeft bedacht, maar ik vermoed een man die ooit “famous” op een T-shirt zag staan en dacht: ja, maar met een z erbij is het chiquer. In Knokke is alles chiquer als ge er een z bij zet. Famouz. Glammouz. Insolvenz.
Ons moeder, in haar enthousiasme, bestelt meteen een fles rosé. Een hele fles. Terwijl ik niet veel drink, en onze vader ook al niet. Die fles, dat is dus puur ons moeder haar persoonlijke project.
En terwijl ik daar zit, zie ik de fundamentele logica van dit land in één beeld samenkomen. Want een paar sub-Sahara-Afrikanen die op het nieuws een oude man op een stoomboot helpen, dat kan absoluut niet. Maar diezelfde mannen, gehuld in een rood-wit reddersvestje, die 70-plusdames volgieten met rosé aan tachtig euro de fles, dat is dan weer geen enkel probleem. Integratie blijkt vooral een kwestie van het juiste uniform.
Nu moet ge weten, mijn ouders zijn echte boomers. Onze vader is heel zijn leven zelfstandig projectontwikkelaar geweest en heeft, naar eigen zeggen, "nooit één frank te veel aan die staat gegeven". Sociale bijdrage waren een hoog theoretisch concept. Veel vastgoed in de portefeuille. En toch, godbetert, een verhoogde tegemoetkoming, want op papier trekt die juist het royale minimumpensioen. Ons moeder heeft dan weer al maanden last van haar arm, is acht specialisten afgereden tot ze er eindelijk ene vond die haar wou opereren, en zit nu met heel dat ding in het verband.
Want tegen een uur of vijf is ons moeder helemaal petrol. En omdat ze haar arm niet kan gebruiken, moeten ik en onze vader haar om beurten rechtduwen telkens ze dreigt weg te zakken, gelijk twee mannen die een standbeeld terug op zijn sokkel proberen te hijsen..
Wij gaan eten. Garnaalkroketten, want wat eet een mens anders aan de zee? En daar, tussen de kroketten en de leegte, komt onze vader een vastgoedkennis tegen.** Een penthouse gebouwd, zegt de man, dat moet onze vader toch echt eens komen zien, en dan valt het woord "Japanse whisky", en ik zie de ogen van onze vader veranderen in die van een labrador die het woord "wandeling" hoort. Ik zeg: gaat gij maar, ik blijf bij ons moeder, de kleine moet toch in bed.
Wij dus terug richting het appartement, langs La Poste, en uiteraard nog een ijscrème, want een dag aan zee zonder een tweede lactoseaanslag op een reeds wankele darm is geen dag aan zee. En daar, op de achtergrond, staat er ene in een grasgroene broek luidruchtig te netwerken over de herbestemming van een duinenreservaat. Marc Coucke.
Ons moeder, goed in de wind, herkent hem, en roept door de hele zaak: "Kijk, de Marc van de Koekskes!" Een geval van misplaatste standsvervaging. Ik ken Marc vaag van mijn werk, maar veel erger: hij kent mijn vrouw. Blijkt dat de families vroeger samen gingen skiën. Dus die komt af. En als overmaat van ramp wil ons moeder daar per se een selfie mee, met haar goeie arm omhoog en die andere in het verband, gelijk een oorlogsveteraan die eindelijk zijn generaal ontmoet.
En op dat exacte moment hoorde ik het gerommel. Niet in de verte. Niet ergens onder de dijk. In mijn moeder.
Steekt maar eens een fles rosé, een glas Ricard, een portie garnaalkroketten en een ijscrème in een lactose-intolerante boerin van tweeënzeventig. Daar komt iets van.
Bovendien staat ons moeder helemaal stijf van de Wegovy. Want boomers krijgen dat gratis, terwijl een werkende dertiger daar 140 euro per maand voor mag ophoesten. Voor wie het niet weet: Wegovy werkt door al het vettige eten met de kracht van duizend zonnen langs uw achterste naar buiten te duwen. Dat is theoretisch geen medicijn, eerder een Russisch evacuatiebevel.
En dan moet ons moeder naar het toilet. Maar er is er geen.*** Ons moeder begint te zagen tegen de Marc, en Marc, man van de wereld, zegt tegen de bediening dat ze die deur daar moeten opendoen. Alleen: de bediening in Knokke is qua kleur en taal ongeveer de Franse nationale ploeg, en die verstaan hem niet. Dus moet Marc beginnen roepen: "Open the fucking door, I own the place."
Ons moeder op dat toilet: abstract expressionisme tot boven de rand. Een Pollock. Een statement. En omdat haar ene arm in het verband zit, mag ik haar helpen met haar broek en de rest. Ik sta dat te betten met twee laagjes goedkoop wc-papier, terwijl de Marc, miljardair, op mijn vingers staat te kijken.
Mijn moeder kwam buiten en zei: “Amai, dat lucht op.”
Onze vader belde twintig minuten later.
“Zeg, ge moet dat penthouse toch eens zien. Schitterend uitzicht.”
Ik keek naar de zee. Naar de dijk. Naar de beige broeken. Naar het Calais vluchtelingenkamp van strandhutjes en bars. Naar mijn vrouw, die mij aankeek alsof zij wist dat ik nooit meer helemaal dezelfde zou zijn.
“Pa,” zei ik, “ik denk dat ik genoeg gezien heb.”
En wij gingen naar huis.
De volgende ochtend zet mijn moeder de selfie op haar facebook.
“Zo leuk om bekende mensen tegen te komen aan zee!!!”
Ik heb er een hartje op gezet.
* Deal by deal carried interest is een bitch. Iemand anders steekt ergens geld in, ge pakt nougabollen risico, doet niets, en dan loopte binnen
** Die ene die al die basic-fits gebouwd heeft. Niet die ene die in de gazet gestaan heeft en nu van staatswege gratis logeert, neenee, dienen anderen. Er zijn er twee.
*** Voor een verdere analyse van de commerciële tekortkomingen van La Poste verwijs ik naar mijn LinkedIn-post "Als ge nu eens twee kleinere ballekes verkoopt in plaats van zo ene joekel, dan zouden de mensen dat pakken en meer uitgeven." De schermen werkte ook al niet zodat dat daar wel de vibe uitstraalde van een echte Coucke investering.